ZV-39-BN

Zeventien juni negentieneenennegentig. Mijn eerste dag bij Auto Halan in Duivendrecht. Trots als een aap met drie jeweetwellen neem ik plaats achter mijn bureau bij de grootste Lancia-dealer van Nederland. Misschien wel exact op dat moment stopt bij de Citroën-dealer in Dordrecht een donkergroene Jaguar pal voor de deur. Meneer stapt als eerste uit, loopt om zijn limousine heen en laat keurig zijn echtgenote uitstappen. Dat deden we toen nog. Met enige argwaan bekijkt verkoper André vanachter zijn bureau het ritueel. “Die moet ik toch niet inruilen, hè…?’, mompelt hij. Dan stapt het echtpaar van middelbare leeftijd de showroom binnen. Hij netjes in een colbert met opzetstukken op de ellebogen, zij in een kek donkerblauw mantelpakje inclusief keurig hoedje. Wit tasje aan de linkerarm.

De verkoper schiet overeind en loopt op het chique gezelschap af. “Goedemiddag, meneer, mevrouw, op zoek naar een nieuwe auto?” De man schraapt zijn keel. “Mijn echtgenote zoekt een automaat en rijdt niet graag in de Jag. Wat raadt u ons aan?” André stelt zich netjes voor. “André de la Provision”.

“Van Voorst tot Voorst, aangenaam”. De verkoper ruikt geld.

Het echtpaar loopt richting de lichtblauwe AX. “Is deze in automaat leverbaar?”, vraagt de VanVtotV. “Nee, helaas, meneer”. Mevrouw kijkt enigszins besmuikt naar het otootje. André pikt het signaal op. “We krijgen binnenkort de ZX, maar wellicht is de BX is iets voor mevrouw?”

En daar staan ze dan gedrieën oog in oog met de zilvergrijze BX 16 TZI. “Wat zijn ze hoekig geworden”, merkt VanVtotV op. “Mijn eerste ootoo was een Dé Es, de snoek, welteverstaan. Wat een prachtbak was dat. Tot de spatborden eraf vielen. Ik heb hem direct ingeruild op een Volvo”. “Van snoekig naar hoekig”, probeert de verkoper, maar de grap landt niet.

Hij houdt galant het linkerportier van de BX open. Mevrouw stapt in maar heeft tot nu toe nog niets gezegd. “Deze”, zegt ze plotseling. “Kunt u een berekening maken voor de automatiek?”

Geen proefrit? Geen proefrit.

 

 

 

Even later zitten ze aan het bureau d’André. Koffie, folder, praatje. Als André de offerte onder de nette neuzen schuift, fronst meneer de wenkbrauwen en kijkt zijn vrouw met pretoogjes aan. “Eenenveertigduizendtweehonderdenvijf?  Nou, da’s een stuk voordeliger dan die Lancia Dedra. Wat vindt jij, mon fleur?” Ze kijkt André strak aan. “Doe deze maar. In die mooie kleur grijs. Wat is de levertijd?”

“Ongeveer drie maanden, ik houd u op de hoogte. Gefeliciteerd met uw nieuwe auto.”

Als het echtpaar VanVtotV de showroom verlaat draait de man zich snel om. “Doet u er bij de aflevering straks een bosje rode rozen bij? Vindt ze mooi”, knipoogt hij. “En? Verkocht? Zonder korting? Dan zijn het Oostenrijkers”, zegt André’s collega als hij met zijn paperassen richting de verkoopadministratie wandelt.

Op 12 augustus 1991, dus eerder dan verwacht, rijdt mevrouw VanVtotV met haar nieuwe voiture het terrein van de Citroëndealer af, op de achterbank een bosje rode rozen.

Ruim vijfendertig jaar later rijdt de Lancia-verkoper in dezelfde BX 16 TZI Automatique met kenteken ZV39BN.